ECLI:NL:HR:1960:123
Hoge Raad
- Cassatie
- Smits
- Boltjes
- van Rijn van Alkemade
- van der Loos
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Toetsing Algemene Ouderdomswet aan godsdienstvrijheid en Verdrag van Rome
In deze zaak werd de vraag gesteld of de verplichting tot het betalen van AOW-premie, ondanks bezwaren op grond van godsdienstige overtuigingen, in strijd is met artikel 9 van Pro het Verdrag van Rome tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
De belanghebbende, predikant van de Gereformeerde Kerk, stelde dat de Algemene Ouderdomswet zijn godsdienstvrijheid en de zelfstandigheid van zijn kerk schond, omdat hij volgens zijn geloof zijn levensonderhoud volledig van de kerk moet ontvangen en niet aan een verzekeringsstelsel mag deelnemen. Hij betoogde dat de wet in strijd is met diverse grondwetsartikelen en het Verdrag van Rome.
De Hoge Raad overwoog dat de premieplicht een algemene wettelijke verplichting is die voor iedereen geldt, ongeacht godsdienst, en dat dit geen inbreuk vormt op de vrijheid van godsdienst zoals bedoeld in artikel 9 van Pro het Verdrag. De vrijheid om godsdienst te belijden omvat niet het recht om wettelijke verplichtingen te weigeren op grond van godsdienstige bezwaren. De mogelijkheid tot vrijstelling wegens gemoedsbezwaren in artikel 36 van Pro de Algemene Ouderdomswet is een tegemoetkoming, maar beperkt de wettelijke verplichting niet.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de Algemene Ouderdomswet niet in strijd is met het Verdrag van Rome of de grondwet, en dat de premieplicht ook voor predikanten geldt. De wetgever heeft de vrijheid van godsdienst niet beperkt door deze algemene verzekering in te voeren.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Algemene Ouderdomswet premieplicht ook geldt voor predikanten en niet in strijd is met godsdienstvrijheid of het Verdrag van Rome.