Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:1974:AB3749

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 1974
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
Req. civ. 10 856
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Wiarda
  • Hollander
  • Ras
  • Minkenhof
  • Drion
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot herroeping arrest op grond van Wet administratieve rechtspraak belastingzaken

Op 4 oktober 1974 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over een verzoek tot herroeping van een arrest van 12 juni 1974. Verzoeker had een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage betreffende een verzoek om vaststelling van een aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1967.

De Advocaat-Generaal bracht een conclusie uit waarin werd gesteld dat het ingestelde request civiel niet-ontvankelijk was, omdat dit rechtsmiddel niet voorzien is in de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is op deze grond.

De Hoge Raad bepaalde tevens dat voor de verkrijging van deze beschikking geen kosten in rekening worden gebracht. De uitspraak werd gedaan door vijf Raden van de Hoge Raad in aanwezigheid van de Griffier.

Deze beslissing bevestigt de beperkte reikwijdte van het request civiel als rechtsmiddel binnen het kader van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken en onderstreept het belang van de juiste procedurele grondslagen voor cassatieverzoeken.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot herroeping van het arrest wegens het ontbreken van het rechtsmiddel request civiel in de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Uitspraak

4 oktober 1974
Req.Civ.nr. 10.856
Br.
De Hoge Raad der Nederlanden,
Gezien het verzoekschrift van [verzoeker], wonende te [woonplaats] om herroeping van het arrest van de Hoge Raad van 12 juni 1974, waarbij werd verworpen een beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 november 1973 betreffende een verzoek om vaststelling van een aanslag in de inkomstenbelasting over het jaar 1967;
Gelet op de conclusie van de Advocaat-Generaal ten Kate strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het ingestelde request-civiel met beslissing omtrent de kosten als de Hoge Raad vermeent te behoren;
Overwegende dat het rechtsmiddel van request-civiel, als hoedanig verzoeker het verzoekschrift wenst te zien beschouwd, niet voorzien is in de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, zodat waar het arrest waarvan de herroeping wordt verzocht, krachtens deze wet is gewezen, verzoeker reeds op deze grond in zijn verzoek niet-ontvankelijk is;
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het door hem ingediende verzoek.
Verstaat dat voor de verkrijging van deze beschikking geen kosten in rekening zullen worden gebracht.
Gedaan en gewezen te ’s-Gravenhage de vierde oktober 1900 vier en zeventig, bij Mrs. Wiarda, President, Hollander, Ras, Minkenhof en Drion, Raden, in tegenwoordigheid van de Griffier Reyers.