ECLI:NL:HR:1974:AB4540

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 maart 1974
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
67194
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Kazemier
  • Vroom
  • Fikkert
  • van der Ven
  • Enschedé
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 280 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt strafbaarheid verbergen minderjarige die zich onttrekt aan wettig gezag

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof waarin de rekwirant werd veroordeeld wegens het opzettelijk verbergen van een minderjarige die zich had onttrokken aan het wettig gezag. De rekwirant, een leraar, had een van huis weggelopen minderjarig meisje ondergebracht in de woning van een ander.

De Hoge Raad heeft het beroep van cassatie verworpen omdat er geen middelen waren ingediend en geen ambtshalve gronden aanwezig waren om het arrest te vernietigen. De Advocaat-Generaal had weliswaar geconcludeerd dat het bewezenverklaarde niet strafbaar was en dat de rekwirant ontslagen moest worden van alle rechtsvervolging, maar de Hoge Raad volgde dit niet.

Het arrest bevestigt dat het opzettelijk verbergen van een minderjarige die zich onttrekt aan het wettig gezag strafbaar is volgens artikel 280 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De Hoge Raad oordeelde dat het bewezenverklaarde onder deze strafbepaling valt en handhaafde de opgelegde geldboete en hechtenis als vervangende straf.

De uitspraak werd gedaan op 12 maart 1974 te Den Haag door een kamer van vijf raadsheren, waarbij de rekwirant werd veroordeeld tot een geldboete van 150 gulden, te vervangen door vijftien dagen hechtenis bij niet-betaling.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van de rekwirant voor het opzettelijk verbergen van een minderjarige die zich onttrok aan het wettig gezag.

Uitspraak

12 maart 1974
No. 67194
WH.
De Hoge Raad der Nederlanden,
Op het beroep van
[rekwirant], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1911, van beroep leraar, wonende te
[woonplaats], rekwirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te
Amsterdamvan 2 oktober 1973, houdende in hoger beroep bevestiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van 9 november 1972, waarbij de rekwirant ter zake van ‘’opzettelijk een minderjarige, die zich onttrokken heeft aan het wettig over hem gesteld gezag, verbergen’’ is veroordeeld tot een geldboete van éénhonderdvijftig gulden, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van vijftien dagen;
Gehoord het verslag van de raadsheer-rapporteur;
Gezien het gerechtelijk schrijven namens de Procureur-Generaal aan de rekwirant uitgereikt ter kennisgeving van de dag voor de behandeling van deze zaak bepaald;
Gehoord de Advocaat-Generaal Kist in zijn conclusie hiertoe strekkende, dat het beroepen arrest zal worden vernietigd, maar alleen voorzover het arrest het vonnis van de Rechtbank heeft bevestigd ten aanzien van de aan het bewezenverklaarde gegeven kwalificatie, de strafbaarverklaring van het feit en van rekwirant, en de strafoplegging, voorts dat ook het vonnis van de Rechtbank te dien aanzien zal worden vernietigd en ten slotte dat de Hoge Raad ten principale rechtdoende het bewezenverklaarde niet strafbaar zal verklaren en rekwirant zal ontslaan van alle rechtsvervolging;
Overwegende dat geen middel door of vanwege de rekwirant is voorgesteld en ook geen grond aanwezig is bevonden, waarop de beroepen uitspraak ambtshalve behoort te worden vernietigd;
Verwerpt het beroep.
Gewezen te ’s-Gravenhage bij Mrs. Kazemier, Vice-President, Vroom, Fikkert, van der Ven en Enschedé, Raden, in bijzijn van de Substituut-Griffier Sarolea, die dit arrest hebben ondertekend, en door voornoemde Vice-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van de twaalfde maart 1900 vierenzeventig in tegenwoordigheid van de Advocaat-Generaal Remmelink.