ECLI:NL:HR:1977:AC1827
Hoge Raad
- Cassatie
- Dubbink
- Drion
- Snijders
- Köster
- Haardt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid levenslange gevangenisstraf ondanks verslechterde gezondheid
Eiser, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf na omzetting van een doodstraf, vorderde in kort geding dat de Staat de executie van zijn straf zou schorsen of beëindigen vanwege zijn verslechterde fysieke en psychische toestand. Hij stelde dat verdere executie onrechtmatig was en in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De President van de Rechtbank en het Gerechtshof te ’s-Gravenhage verwierpen deze vorderingen, stellende dat levenslange gevangenisstraf levenslang mag worden uitgevoerd en dat een verslechterde gezondheidstoestand, mits passende medische zorg wordt geboden, geen grond is voor schorsing. Het Hof benadrukte dat de straf mede dient om het leed van slachtoffers te verlichten.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat noch het Nederlandse recht, noch het Europees Verdrag een beperking stelt aan de duur van levenslange gevangenisstraf. Ook acht de Hoge Raad het niet aannemelijk dat de gezondheidstoestand van eiser het leed van vrijheidsberoving zwaarder maakt dan bij anderen. De grieven van eiser worden verworpen en het beroep in cassatie afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt dat levenslange gevangenisstraf wettig en niet onmenselijk is, ook bij verslechterde gezondheid van de veroordeelde.