ECLI:NL:HR:1977:AC6114
Hoge Raad
- Cassatie
- Rad
- Van Dijk
- Drion
- Köster
- Haardt
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor letsel bij spel met takken tussen minderjarige medespelers
In deze zaak stond de vraag centraal of een minderjarige deelnemer aan een spel aansprakelijk kon worden gehouden voor ernstig oogletsel dat een medespeler opliep tijdens het spel. De rechtbank stelde vast dat de jongens met takken schermden, waarbij de tak van de ene speler het oog van de andere raakte. De rechtbank oordeelde dat het ongeval een ongelukkig toeval was binnen het risico van het spel en dat er geen sprake was van een onrechtmatige daad.
Het hof bevestigde dit oordeel en voegde daaraan toe dat het gevaarlijk karakter van het spel niet bij voorbaat vaststond. Het hof hanteerde daarbij het criterium dat een spel slechts gevaarlijk is als een ongeval een normaliter te verwachten gevolg is. Dit oordeel werd aangevochten door eiser, die stelde dat ook het risico op ernstig letsel het spel gevaarlijk maakt.
De Hoge Raad overwoog dat het enkele feit dat een spel gevaarlijk kan zijn niet betekent dat deelname daaraan per definitie onrechtmatig is. Het hof mocht het criterium hanteren dat het spel niet zó gevaarlijk was dat deelname op zichzelf een onrechtmatige daad oplevert. Ook het oordeel over de aard van de gebruikte takken werd niet onbegrijpelijk bevonden. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraken van rechtbank en hof in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bekrachtigd.