ECLI:NL:HR:1977:AC6138
Hoge Raad
- Cassatie
- Dubbink
- Minkenhof
- van Dijk
- Snijders
- Köster
- Rechtspraak.nl
Begrenzing van het begrip 'de zijnen' bij ontruiming na kraakactie in gebouwencomplex
De zaak betreft een geschil tussen de Amsterdam-Rotterdam Bank (Amro-bank) en een groep krakers, waaronder eiser, die zonder toestemming delen van een gebouwencomplex hebben betrokken. De bank vorderde ontruiming van het complex met 'al het zijne en de zijnen', waarbij onduidelijkheid bestond over wie tot 'de zijnen' gerekend moesten worden.
De rechtbank wees de ontruiming toe voor het perceel Nes 43A, maar weigerde deze uit te breiden naar anderen dan eiser, omdat geen bewijs was dat zij met zijn toestemming aanwezig waren. Het hof vernietigde dit en oordeelde dat 'de zijnen' allen omvatten die door een gezamenlijke kraakactie onderdak hebben verkregen en daar hun activiteiten ontplooien, gebaseerd op een gelijkgerichte gezindheid.
Eiser stelde cassatie in tegen deze ruime uitleg van 'de zijnen' en de oplegging van een dwangsom voor overtredingen door deze groep. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat het hof niet onjuist heeft geoordeeld door de groep ruim te definiëren op basis van gezamenlijke gezindheid. Wel benadrukte de Hoge Raad dat de veroordeling tot ontruiming en het verbod zich formeel tot eiser richt, die verantwoordelijk is voor naleving door 'de zijnen'.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen; het arrest van het hof wordt bevestigd met een ruime uitleg van 'de zijnen' en oplegging van dwangsom aan eiser.