ECLI:NL:HR:1981:AG4142
Hoge Raad
- Rekestprocedure
- Ras
- Drion
- Snijders
- Royer
- Martens
- Rechtspraak.nl
Toepassing van huurprijsbescherming bij verpachting van een cafebedrijf met bedrijfsruimte
In deze zaak stond de vraag centraal of de verpachting van een cafebedrijf waarbij tevens bedrijfsruimte ter beschikking wordt gesteld, moet worden aangemerkt als een overeenkomst die de kenmerken bevat van huur en verhuur van bedrijfsruimte en daarnaast van enige andere soort overeenkomst zoals bedoeld in artikel 1624 lid 1 tweede Pro zin BW.
De rechtbank had geoordeeld dat artikel 1632a BW niet van toepassing was omdat partijen geen huurovereenkomst waren aangegaan, maar een pachtovereenkomst. De Hoge Raad stelde echter vast dat de overeenkomst een gemengde overeenkomst betreft waarbij de terbeschikkingstelling van bedrijfsruimte integraal onderdeel uitmaakt van het geheel. De pachtprijs is in één bedrag weergegeven, wat mede een vergoeding voor het gebruik van de bedrijfsruimte inhoudt.
De Hoge Raad benadrukte dat de wetgever met het amendement Scholten beoogde om te voorkomen dat men via gemengde overeenkomsten de wettelijke bescherming van huurders van bedrijfsruimte zou ontlopen. Daarom moet artikel 1632a BW, dat de huurprijsbescherming regelt, in beginsel ook van toepassing zijn op dergelijke gemengde overeenkomsten.
De zaak werd vernietigd en verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling. De uitspraak verduidelijkt dat bij gemengde overeenkomsten waarbij bedrijfsruimte wordt ter beschikking gesteld, de huurbescherming niet zomaar kan worden uitgesloten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en bevestigt dat artikel 1632a BW in beginsel van toepassing is op de verpachting van een bedrijf met terbeschikkingstelling van bedrijfsruimte.