ECLI:NL:HR:1981:AJ4838
Hoge Raad
- Cassatie
- Moons
- De Groot
- De Waard
- Jeukens
- Haak
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste uitleg begrip 'weg' in verkeerszaak
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de verdachte, die rechtsaf sloeg van een hoofdrijbaan naar een oprit en daarbij een bromfietser hinderde die over een naastgelegen ventweg reed, schuldig was aan het hinderen van de bromfietser volgens artikel 46 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV).
De rechtbank sprak de verdachte vrij omdat zij oordeelde dat er sprake was van twee afzonderlijke wegen (de hoofdrijbaan en de ventweg), gebaseerd op een besluit van Burgemeester en Wethouders waarin de hoofdrijbaan als voorrangsweg was aangewezen en de ventweg niet. Volgens de rechtbank gold de voorrangsregeling daarom niet.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde door alleen te kijken naar het besluit van B en W en niet naar de feitelijke situatie zoals die zich aan de weggebruiker voordoet. De Hoge Raad stelde dat de ventweg en de hoofdrijbaan deel kunnen uitmaken van één weg en dat de rechtbank daardoor van een te enge interpretatie van het begrip 'weg' is uitgegaan.
Omdat de rechtbank de verdachte vrijsprak van iets anders dan hem was ten laste gelegd, heeft de Hoge Raad het vonnis vernietigd en verwees de zaak voor hernieuwde berechting naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak wegens onjuiste uitleg van het begrip 'weg' en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting.