Uitspraak
25 juni 1982.
Hoge Raad
De Vereniging van Gedetineerden in het Huis van Bewaring 'De Schans' vorderde faciliteiten om te kunnen vergaderen en de mening van haar leden te peilen. De directeur van het huis van bewaring weigerde deze faciliteiten, wat werd aangevochten bij de rechtbank en het gerechtshof. De Hoge Raad bevestigt dat de directeur krachtens de wet bevoegd is dergelijke besluiten te nemen, mits deze binnen de wettelijke kaders vallen.
De zaak draaide om de vraag of beperkingen op het verenigingsrecht van gedetineerden alleen toegestaan zijn als zij expliciet in de wet zijn voorzien. De Hoge Raad stelt dat een beschikking van een bevoegde uitvoerende autoriteit volstaat, mits deze bevoegdheid wettelijk is geregeld. De directeur was bevoegd op grond van de Beginselenwet gevangeniswezen en het Huishoudelijk Reglement.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat bij het weigeren van faciliteiten een belangenafweging moet plaatsvinden tussen het grondrecht van vereniging en andere belangen zoals veiligheid en beschikbare middelen. Het hof had deze afweging correct gemaakt en het beroep van de Vereniging wordt verworpen. De kosten van het cassatieproces worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Vereniging wordt verworpen en de directeur is bevoegd de gevorderde faciliteiten te weigeren binnen de wettelijke kaders.