Uitspraak
Eerste Kamer
Nr. 11.937
AT
25 juni 1982.
Hoge Raad
In deze zaak vorderde de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst wegens wanprestatie door overbewoning van de gehuurde woning. De huurder had meerdere familieleden met hun gezinnen in de woning laten verblijven, waardoor het pand voor vier personen bestemd was, maar soms door tien personen werd bewoond.
De Rechtbank wees de vordering af, stellende dat de huurder het huurreglement niet had overtreden omdat de extra bewoners tot de gezinshuishouding zouden behoren, en dat eventuele overtredingen niet zwaar genoeg waren voor ontruiming. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel omdat overbewoning op zichzelf wanprestatie kan opleveren, ook zonder overtreding van het huurreglement.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van de verhuurder ontvankelijk voor het vonnis van 20 mei 1981 en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor nadere beoordeling of de overbewoning het gedrag van de huurder als goed huurder schaadt. De kosten van cassatie werden gecompenseerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van 20 mei 1981 en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor nadere beoordeling van wanprestatie door overbewoning.