Uitspraak
wonende op [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: Mr. J.W. Lely,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: Mr. E. Droogleever Fortuijn.
17 december 1982.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of een NV zich jegens derden kan beroepen op een bevoegdheidsbeperking van haar directeuren die is vastgesteld bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA). De NV had bepaald dat de verkoop van twee draaibanken alleen met toestemming van de AVA mocht plaatsvinden, maar het bestuur verkocht zonder deze toestemming aan een derde, die bij het besluit aanwezig was.
De eiser vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en teruglevering van de machines wegens wanprestatie. Zowel het Gerecht in eerste aanleg als het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen wezen zijn vorderingen af. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
De Hoge Raad stelde vast dat krachtens artikel 103 van Pro het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen een beperking van de bevoegdheid van directeuren slechts externe werking kan hebben indien deze is opgenomen in of krachtens de akte van oprichting, en niet bij een besluit van de AVA. De NV kan zich daarom niet op de bevoegdheidsbeperking beroepen tegenover derden, ook niet als die derden daarvan op de hoogte waren, tenzij sprake is van handelen in strijd met de goede trouw.
De zaak wordt terugverwezen omdat het Hof niet had beoordeeld of de derde zich in strijd met de goede trouw heeft gedragen. De Hoge Raad veroordeelde de NV tevens in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug omdat een bevoegdheidsbeperking van directeuren slechts externe werking heeft indien opgenomen in de akte van oprichting.