Uitspraak
Eerste Kamer
Req.nr. 6551
AT
wonende te Zoetermeer ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: Mr. C.J.J.C. van Nispen,
(Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie),
gevestigd te ‘s-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: Mr. E. Korthals Altes.
Bij beschikking van 17 juni 1983 heeft de Rechtbank de beschikking van de Kantonrechter vernietigd en Buller niet-ontvankelijk verklaard zowel in haar primaire als in haar subsidiaire verzoek.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Van Soest strekt tot verwerping van het beroep.
de.v. Huurwet waarop het steunde, toepasselijk zouden zijn, immers slechts "indien rechtens vereist".
ae.v. blijkt dat de bepalingen van de Huurwet mede van toepassing kunnen zijn op "gedeelten" van "gebouwd onroerend goed", zonder dat van die gedeelten wordt gezegd dat die zelfstandig moeten zijn. Art. III van het Besluit liberalisatie huurbeleid VI spreekt dienovereenkomstig van "gebouwde onroerende goederen, niet zijnde woningen, of gedeelten daarvan".
dHuurwet er dientengevolge niet op toepasselijk zou zijn.
d. Hieruit volgt dat Buller , in verband met wat hierna omtrent het eerste middel zal worden overwogen, bij het eerste onderdeel van middel III geen belang heeft, en dat zulks ook geldt voor haar klacht in het derde onderdeel, welke zich richt tegen het oordeel van de Rechtbank dat het door Buller gehuurde niet als zelfstandige bedrijfsruimte kan worden aangemerkt.
1 juni 1984.