Uitspraak
Eerste Kamer
Rek.nr. 6957
AT
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: Mr. E. van Staden ten Brink,
en
te dezen vertegenwoordigd door haar bewindvoerder [de medebewoner] voornoemd,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: Mr. G.M.M. den Drijver.
hBW aan de Kantonrechter te bepalen dat [de medebewoner] medehuurder zou zijn van een te [plaats] gelegen woning.
hte zamen een duurzame gemeenschappelijke huishouding moeten hebben, maar betoogt dat in een geval als het onderhavige het beslissende criterium behoort te zijn of er "een reële verwachting bestond dat de ter observatie opgenomene nadien weer in de woning zou terugkeren".
21 februari 1986.