BMG Music Partnership en BMG/Ariola Benelux vorderden in kort geding een verbod tegen Boogaard Trading en Sonortape Nederland op het vervaardigen en verhandelen van geluidsdragers met opnamen van Elvis Presley, op grond van een onrechtmatige daad. De President van de Rechtbank Utrecht wees de vorderingen toe, maar het Hof Amsterdam vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen af.
De Hoge Raad stelt dat de prestaties van Elvis Presley als uitvoerend kunstenaar beschermd kunnen worden gelijkgesteld aan auteursrechtelijke bescherming, en dat het maken van geluidsopnamen zonder toestemming een onrechtmatige daad oplevert. Dit beschermt de uitvoerend kunstenaar en diens rechtsopvolgers tegen ongeoorloofde verveelvoudiging en verhandeling van opnamen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Het incidenteel beroep van Boogaard c.s. wordt verworpen. De uitspraak bevestigt het belang van bescherming van naburige rechten en anticipatie op toekomstige wetgeving.