ECLI:NL:HR:1990:AB9154
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Van Vucht
- Jansen
- Baardman
- Bellaart
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid procureur-generaal tot vordering wijziging jaarrekening in openbaar belang
In deze zaak vorderde de procureur-generaal (P.G.) bij de Ondernemingskamer wijziging van de jaarrekening van Koninklijke Nedlloyd Groep N.V. over 1987, op grond van artikel 999 lid 2 Rv Pro (oud). De Ondernemingskamer verklaarde de P.G. niet-ontvankelijk omdat niet was komen vast te staan dat de vordering was ingesteld in het openbaar belang, zoals vereist. De P.G. stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad beoordeelde onder meer de geldigheid van de dagvaarding en de bevoegdheid van de P.G. om zonder advocaat op te treden. De Hoge Raad oordeelde dat het Openbaar Ministerie als hoofdpartij geen verplichte advocaatvertegenwoordiging behoeft in cassatie en verwierp de excepties van nietigheid en niet-ontvankelijkheid van de dagvaarding.
Inhoudelijk bevestigde de Hoge Raad dat de bevoegdheid van de P.G. om in het openbaar belang een vordering tot wijziging van een jaarrekening in te stellen beperkt is tot gevallen waarin een specifiek openbaar belang is betrokken, dat verder gaat dan louter de naleving van wettelijke voorschriften. De P.G. moet feiten en omstandigheden aanvoeren waaruit blijkt dat het openbaar belang de gevorderde wijziging vereist. De enkele omstandigheid dat een jaarrekening niet aan wettelijke eisen voldoet, is onvoldoende.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de P.G. in de kosten van het cassatiegeding. Dit arrest bevestigt de restrictieve uitleg van de bevoegdheid van de procureur-generaal bij vorderingen tot wijziging van jaarrekeningen en benadrukt het belang van een concreet openbaar belang.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de procureur-generaal niet-ontvankelijk wegens onvoldoende gesteld specifiek openbaar belang en veroordeelt hem in de kosten.