ECLI:NL:HR:1992:ZC0586
Hoge Raad
- Rekestprocedure
- vice-president Martens
- raadsheer Bloembergen
- raadsheer Roelvink
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Davids
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezag van gewijsde in eigendomsgeschil over nalatenschap grond
In deze zaak vorderden erfgenamen van een nalatenschap dat terreinen die deel uitmaken van de nalatenschap aan hen toebehoren en dat Sunresorts deze terreinen ontruimt. De rechtbank en het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba wezen deze vorderingen af. Het Hof baseerde zich op het gezag van gewijsde van een eerder vonnis uit 1982, waarin was vastgesteld dat Sunresorts door bezit te goeder trouw gedurende dertig jaar eigenaar was geworden van de grond.
De erfgenamen stelden in cassatie dat het gezag van gewijsde niet zou gelden voor erfgenamen die niet als procespartij in het eerdere geding waren opgetreden. De Hoge Raad verwierp dit verweer en stelde dat volgens het Nederlandse en het Nederlandse Antilliaanse recht iedere deelgenoot in een gemeenschap bevoegd is om rechtsvorderingen in te stellen ten behoeve van de gemeenschap. Een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, bindt daarom ook de niet-procespartijen.
De Hoge Raad concludeerde dat het Hof het eerdere vonnis terecht had bekrachtigd en verwierp het cassatieberoep. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de erfgenamen in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenamen wordt verworpen en het eerdere vonnis dat Sunresorts eigenaar is van de grond wordt bevestigd.