Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over de periode 1982-1986. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar niet volledig kwijtgescholden. Het hof vernietigde het besluit van de inspecteur en verminderde de aanslag verder.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat geen loonbelasting meer geheven kan worden indien de aanvullende loonbetalingen reeds in de inkomstenbelasting zijn betrokken. Het hof heeft onvoldoende vastgesteld op welke tijdstippen de inkomstenbelasting is geheven en heeft arresten uit 1954 en 1962 te ruim toegepast.
De Hoge Raad stelt dat een naheffingsaanslag loonbelasting in stand blijft, ook als later inkomstenbelasting wordt geheven over dezelfde loonbetalingen. Dit voorkomt uitvoeringsproblemen bij de belastingdienst. De uitspraak van het hof wordt vernietigd, behoudens het griffierecht, en de zaak wordt verwezen naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.