ECLI:NL:HR:1993:ZC5234
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrekbaarheid gift aan algemeen nut beogende instelling
Belanghebbende had in 1988 een bedrag van 830,20 gulden voor eigen rekening gemaakt ten behoeve van een scoutinggroep, waarvoor geen vergoeding werd ontvangen. De Inspecteur handhaafde aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting op een belastbaar inkomen van 20.704 gulden, maar het Gerechtshof vernietigde deze uitspraak en verlaagde de aanslag tot 19.980 gulden.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof, met name gericht op de vraag of sprake was van een aftrekbare gift en het vereiste van vrijgevigheid. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat het bedrag als een gift in de zin van artikel 47 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964 kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad verwierp het argument dat de uitgaven gericht zouden zijn op eigen behoeftebevrediging en dat het ontbreken van vergoeding door de stichting aan de vrijgevigheid in de weg zou staan. Het oordeel van het Hof dat belanghebbende uit vrijgevigheid had gehandeld, behoefde geen nadere motivering. Het cassatieberoep werd verworpen en de aanslagvermindering bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het arrest van het Hof wordt bevestigd.