ECLI:NL:HR:1994:AA2946
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat perceel pas in 1987 uit ondernemingsvermogen is overgegaan na wijziging bestemming
Belanghebbende had tot 1 januari 1984 een groothandel in consumptie-ijs en aanverwante waren, waarbij een perceel aan de a-straat 1/3 te Z tot het ondernemingsvermogen behoorde. Na het staken van de groothandel in 1984 bleef het perceel tot en met 1987 als ondernemingsvermogen aangemerkt. Eind 1983 waren er nog geen definitieve plannen voor het perceel, waarbij zowel eigen gebruik als verhuur of verkoop mogelijk waren.
In 1987 brandde de opstal grotendeels af waarna belanghebbende besloot een nieuw bedrijfspand te bouwen en een huurovereenkomst met een derde partij sloot. De Inspecteur stelde dat de groothandel pas in 1987 definitief was gestaakt en het perceel per 31 december 1987 niet meer tot het ondernemingsvermogen mocht worden gerekend. Belanghebbende stelde dat dit al in 1983 het geval was.
Het Hof verwierp het standpunt van belanghebbende en oordeelde dat het perceel pas in 1987 een nieuwe bestemming kreeg door verhuur aan een derde, waardoor het naar privévermogen overging. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Ook het door de Inspecteur overgelegde taxatierapport en de waarde van het perceel werden door het Hof juist beoordeeld en zijn niet onbegrijpelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het perceel pas in 1987 uit het ondernemingsvermogen is overgegaan na wijziging van de bestemming.