ECLI:NL:HR:1994:AA2953
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid rente op leningen ter financiering van buitenlandse deelneming
Belanghebbende, een naamloze vennootschap, kreeg voor het jaar 1981 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Tegen deze uitspraak ging belanghebbende in beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde. Belanghebbende bezit alle aandelen van A BV, een houdstermaatschappij van buitenlandse deelnemingen die niet tot de fiscale eenheid behoort. In de jaren 1978-1981 heeft belanghebbende kapitaal gestort in A BV en leningen opgenomen in 1981 om een rekening-courantschuld aan A BV af te lossen.
Het Hof oordeelde dat de leningen direct verband hielden met de aflossing van de schuld aan A BV, die het geld gebruikte voor de aankoop van aandelen in een Amerikaanse vennootschap. Hierdoor waren de rentekosten verbonden aan deze leningen niet aftrekbaar als kosten die niet middellijk dienstbaar zijn aan het behalen van binnen Nederland belastbare winst, conform artikel 13 lid 4 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Belanghebbende stelde dat de leningen niet in verband stonden met de deelneming, maar dit werd door het Hof verworpen. Ook het beroep op gewekt vertrouwen faalde omdat dit onvoldoende was onderbouwd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het Hof, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de rente op de leningen niet aftrekbaar is.