ECLI:NL:HR:1994:AA2961
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1988
Belanghebbende was aanvankelijk aangeslagen in de inkomstenbelasting over 1988 met een belastbaar inkomen van f 130.445,--. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van f 147.098,-- zonder verhoging. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof te Leeuwarden, dat de navorderingsaanslag handhaafde.
Daarna stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen aan belanghebbende, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Wel werd bepaald dat het door belanghebbende betaalde bedrag van f 150,-- voor de vervanging van de mondelinge uitspraak bij het Hof aan hem wordt terugbetaald. Het arrest werd gewezen door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren Bellaart en C.H.M. Jansen op 26 januari 1994.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.