ECLI:NL:HR:1994:AA2976
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitsluiting van na-indexeringskosten bij winstbepaling vennootschapsbelasting
De besloten vennootschap X B.V. kreeg voor het jaar 1988 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd op basis van een belastbaar bedrag van f 1.503.970,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. De kern van het geschil betrof de pensioenvoorzieningen die X B.V. had getroffen voor haar directeur-grootaandeelhouder A, inclusief een verplichting tot na-indexering van het pensioen aan de welvaart en koopkracht.
Belanghebbende had de pensioenverplichtingen per 1 augustus 1988 overgedragen aan een Stichting Pensioenfonds, waarbij een overdrachtsbedrag werd gehanteerd dat rekening hield met een indexeringsfactor van 4%. De Inspecteur stelde echter dat bij de winstbepaling alleen een rekenrente van 4% zonder indexeringsfactor in aanmerking mocht worden genomen.
Het Hof oordeelde dat het bedrag zonder indexeringsfactor toereikend was en hield geen rekening met de na-indexeringskosten. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar artikel 9a, lid 4, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, waarin kosten die verband houden met loon- en prijswijzigingen na afloop van het jaar buiten beschouwing blijven bij de winstbepaling.
De Hoge Raad wijst ook het verweer af dat de kosten uiterlijk in het jaar van betaling in aanmerking moeten worden genomen, omdat deze uitzondering niet geldt voor pensioenbetalingen aan ondernemingspensioenfondsen voor aandeelhouders. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt niet in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat na-indexeringskosten niet in de winstberekening mogen worden betrokken.