ECLI:NL:HR:1994:AA2990
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitsluiting aftrek omzetbelasting voor terbeschikkingstelling arbeidskrachten
Belanghebbende heeft over het tijdvak april 1987 omzetbelasting betaald over vergoedingen voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan aangesloten instellingen. Zij verzocht om teruggaaf van dit bedrag, maar de Inspecteur weigerde dit. Het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze weigering en oordeelde dat de werkzaamheden van het ter beschikking gestelde personeel niet onder de vrijstelling van de Resolutie van 1975 vallen, omdat deze betrekking heeft op kantine-exploitatie en niet op de door belanghebbende verrichte diensten.
Belanghebbende stelde dat er sprake was van concurrentieverstoring en strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat uitzendondernemingen wel omzetbelasting verschuldigd zijn en cateraars niet. De Hoge Raad verwierp dit verweer, mede omdat het Hof onbestreden had vastgesteld dat de werkzaamheden niet in het kader van een kantine plaatsvinden.
Daarnaast oordeelde het Hof dat de door belanghebbende betaalde premies werknemersverzekeringen en volksverzekeringen niet als assurantiekosten in de zin van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 kunnen worden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigde dat deze premies onderdeel zijn van de loonkosten en geen bijkomende verzekeringsprestatie vormen.
Ook de loonbelasting die belanghebbende heeft ingehouden en afgedragen over haar werknemers werd door het Hof terecht niet als uitschotten van belasting beschouwd. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en wijst het verzoek tot teruggaaf van omzetbelasting af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de betaalde omzetbelasting niet kan worden teruggevraagd.