ECLI:NL:HR:1994:AA2994
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering alleenverdiener-toeslag bij toepassing NAVO-Statusverdrag en belastingverdragen
Belanghebbende, een Nederlandse militair in Duitse NAVO-dienst, kreeg voor 1986 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd door toepassing van een lagere tariefgroep met alleenverdiener-toeslag. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende op grond van het NAVO-Statusverdrag geacht wordt in Nederland te wonen en dat hij in Duitsland vrijgesteld is van belasting op zijn militaire salaris. Dit leidt ertoe dat hij als binnenlandse belastingplichtige aan de Nederlandse inkomstenbelasting is onderworpen. De alleenverdiener-toeslag kan echter niet worden toegekend omdat de inkomsten van zijn echtgenote, die in Belgische dienst was, wel degelijk in de Nederlandse belastingheffing betrokken mogen worden, ook via progressievoorbehoud.
De Hoge Raad verwierp het beroep op opgewekt vertrouwen door resoluties en een brief van de Belgische minister van Financiën. Ook het beroep op voetoverheveling faalde omdat de bezoldiging van de echtgenote wel in aanmerking moet worden genomen. De uitspraak van het Hof wordt vernietigd, de aanslag van de Inspecteur bevestigd, en de proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aanslag van de Inspecteur en wijst het beroep op de alleenverdiener-toeslag af.