ECLI:NL:HR:1994:AA3010
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over winstuitdeling en wetsontduiking bij aandelenverkoop
In deze zaak ging het om de belastingheffing over de winstuitdeling die voortvloeide uit de verkoop van aandelen in een werkmaatschappij door X en zijn zonen. Het Hof Amsterdam had de aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 1983 verminderd, waarbij een deel van de winst werd belast volgens een specifiek tarief uit de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De kern van het geschil betrof de vraag of het voordeel dat zoon A behaalde bij de aankoop van aandelen in de werkmaatschappij als vrucht van de aandelen in Beheer moest worden beschouwd en daarmee onder het wettelijk vruchtgenot van X viel. Het Hof had dit ontkennend beantwoord, maar de Hoge Raad oordeelde dat het voordeel voortkomt uit een koopovereenkomst en een gedeeltelijke realisering van het vermogensrecht van de aandeelhouders betreft.
Daarnaast speelde de toepassing van het leerstuk der wetsontduiking bij de verkoop van aandelen in Beheer door zoon B, waarbij het Hof een samenhangend geheel van rechtshandelingen aannam en een deel van de winst als inkomsten uit vermogen bij X belastte. De Hoge Raad verwees naar een recent arrest over kasgeld BV-constructies, waardoor partijen opnieuw gelegenheid moeten krijgen zich hierover uit te laten.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, behoudens het griffierecht, en verwees de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd belanghebbenden de gelegenheid gegeven zich uit te laten over proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest over kasgeld BV-constructies.