ECLI:NL:HR:1995:AA1490
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering vrijstelling inkomstenbelasting voor Italiaanse ingenieur werkzaam voor USAF
Belanghebbende, een in Nederland wonende Italiaanse ingenieur werkzaam voor de United States Air Force (USAF) op een vliegbasis te Nederland, maakte aanspraak op een vrijstelling van inkomstenbelasting voor het jaar 1985. De Inspecteur had de aanslag verminderd, maar het Gerechtshof Amsterdam bevestigde de aanslag en oordeelde dat de vrijstelling niet op belanghebbende van toepassing was.
De Hoge Raad overwoog dat de Staatssecretaris van Financiën op grond van een brief van 10 maart 1981 en de bijbehorende correspondentie terecht had besloten dat de vrijstelling alleen geldt voor Amerikaanse staatsburgers die op de vliegbasis werkzaam zijn. Het Hof had deze uitleg van de brief als niet onbegrijpelijk beoordeeld en dat oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd.
Verder oordeelde het Hof dat het NAVO-Status Verdrag niet in de weg staat aan het stellen van nadere voorwaarden aan de vrijstelling, waaronder beperking tot Amerikaanse staatsburgers. Dit onderscheid naar nationaliteit werd door de Hoge Raad als objectief en redelijk gerechtvaardigd beschouwd, mede vanwege het Amerikaanse belastingstelsel dat aanknoopt bij nationaliteit en het ontbreken van bewijs dat het Italiaanse belastingstelsel dit ook doet.
De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 15 februari 1995 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vrijstelling van inkomstenbelasting beperkt is tot Amerikaanse staatsburgers.