ECLI:NL:HR:1995:AA1511
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- waarnemend Van der Vegt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navorderingsaanslag ondanks vermeend ambtelijk verzuim
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1984 aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van f 103.101, welke na bezwaar werd verminderd tot f 15.576. Vervolgens legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op van f 710.576 belastbaar inkomen, waarvan f 695.000 werd belast tegen 20% zonder verhoging.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de navorderingsaanslag verminderde tot een belastbaar inkomen van f 623.076, waarvan f 607.500 werd belast tegen 20%. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
In cassatie voerde belanghebbende aan dat de Inspecteur bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslag een navordering verhinderend ambtelijk verzuim had begaan. Het Hof verwierp dit standpunt, en de Hoge Raad oordeelde dat het Hof buiten de rechtsstrijd was getreden door alsnog een ambtelijk verzuim aan te nemen bij de uitspraak op bezwaar.
De Hoge Raad concludeerde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en verwierp het beroep. Tevens achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de navorderingsaanslag ondanks het vermeende ambtelijk verzuim.