ECLI:NL:HR:1995:AA1513
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Wildeboer
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen belastingaanslag na verbouwingskosten
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1988 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 74.745. Zijn bezwaar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze beslissing, verklaarde belanghebbende ontvankelijk en handhaafde de aanslag.
In cassatie stelde belanghebbende dat de verbouwingswerkzaamheden wel dienden om de bovenwoning in bruikbare staat te herstellen, wat aftrek van de kosten zou rechtvaardigen. Het Hof oordeelde dat de woning oorspronkelijk een eengezinswoning was waarvan twee verdiepingen nauwelijks bewoonbaar waren, en dat de verbouwing de woning geschikt maakte voor verhuur aan vijf bewoners verdeeld over drie verdiepingen. Dit oordeel is feitelijk en niet aan cassatie onderhevig.
De Hoge Raad bevestigt dat de kosten van de verbouwing niet aftrekbaar zijn omdat de woning niet in de oorspronkelijke staat werd hersteld. Ook de klachten over de interpretatie van het pand en de proceskosten worden verworpen. Het beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag en het oordeel van het Hof blijven gehandhaafd.