ECLI:NL:HR:1995:AA1517
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting zonder kwijtschelding verhoging
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor het tijdvak van 1 november 1991 tot en met 31 oktober 1992. De aanslag bestond uit de enkelvoudige belasting en een verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en weigerde kwijtschelding van de verhoging. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de aanslag en het besluit bevestigde.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad met drie middelen. Het eerste middel betoogde dat de belasting voor vrachtauto's was betaald en niet die voor personenauto's, maar het hof had geoordeeld dat de belasting niet volledig volgens het personenautotarief was voldaan. Het tweede middel klaagde over het ontbreken van motivering door het hof over de vaststelling van de voertuighoogte, maar het hof had vastgesteld dat het dak niet was verhoogd en de hoogte 122 cm bedroeg, wat een personenauto kwalificeert.
Het derde middel stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom geen verdere kwijtschelding van de verhoging werd verleend, maar het hof vond dat de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden geen aanleiding gaven tot meer kwijtschelding dan reeds verleend. De Hoge Raad vond de motivering toereikend en verwierp het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting inclusief verhoging zonder verdere kwijtschelding.