ECLI:NL:HR:1995:AA1521
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens ambtelijk verzuim
Belanghebbende, een besloten vennootschap die een wegrestaurant verhuurde, werd voor 1987 aangeslagen in de vennootschapsbelasting met een vermindering van investeringsbijdragen. Na een boekenonderzoek in 1990 legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op zonder deze vermindering, omdat werd geconcludeerd dat belanghebbende geen recht had op de investeringsbijdragen.
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigde deze navorderingsaanslag omdat de Inspecteur naliet te onderzoeken of de investering in de uitbreiding van het wegrestaurant ook ter beschikking werd gesteld aan de huurster, hetgeen volgens artikel 61a, lid 5, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 relevant was. Het Hof oordeelde dat dit nalaten een ambtelijk verzuim vormde dat navordering in de weg stond.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat het vermoeden dat de nieuwbouw ter beschikking werd gesteld terecht was en dat het nalaten van nader onderzoek een ambtelijk verzuim was. Het cassatieberoep van de Staatssecretaris werd verworpen. De Hoge Raad stelde belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt vernietiging van de navorderingsaanslag wegens ambtelijk verzuim.