ECLI:NL:HR:1995:AA1529
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens schuldvermenging
Belanghebbende, een besloten vennootschap in financiële moeilijkheden, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1988-1989. Deze aanslag betrof de voorbelasting op vorderingen die waren gecedeerd aan A B.V. tegen circa 30% van de nominale waarde. Vervolgens gaf belanghebbende aandelen uit aan A B.V. tegen pari, waarbij A B.V. haar vorderingen inbracht als kapitaal.
Het hof oordeelde dat door de aandelenuitgifte en de inbreng van de vorderingen de schuld van belanghebbende aan A B.V. teniet was gegaan door vermenging, wat gelijkstaat aan een betaling in de zin van artikel 29, lid 2, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Hierdoor was de naheffingsaanslag onterecht en werd deze vernietigd.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, stellende dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. De Hoge Raad verwierp dit beroep en bevestigde het oordeel van het hof. Tevens stelde de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over proceskosten. Het arrest werd op 29 maart 1995 uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vernietiging van de naheffingsaanslag omzetbelasting.