ECLI:NL:HR:1995:AA1530
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek reiskosten bijwonen steenzetting als uitgaven ter zake van overlijden
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 94.105,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. De discussie betrof de aftrekbaarheid van reiskosten die belanghebbende maakte om de plechtige steenzetting bij te wonen op het graf van zijn schoonmoeder, die in 1990 was overleden.
De Hoge Raad overwoog dat voor aftrek van uitgaven ter zake van overlijden niet alleen de aard en omvang van de kosten normaal moeten zijn, maar ook dat deze kosten in rechtstreeks verband moeten staan met het overlijden. Hoewel kosten van grafbedekking zoals een grafsteen wel tot de aftrekbare uitgaven behoren, is het bijwonen van een plechtige steenzetting te ver verwijderd van het overlijden om als aftrekbaar te gelden.
Het feit dat belanghebbende zich redelijkerwijs niet aan het bijwonen kon onttrekken, maakt dit niet anders. Het beroep in cassatie werd daarom verworpen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en oordeelde dat de reiskosten voor het bijwonen van de steenzetting niet aftrekbaar zijn als uitgaven ter zake van overlijden.