ECLI:NL:HR:1995:AA1550
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over fiscale afwikkeling schadevergoeding bij ontbinding arbeidsovereenkomst
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 86.094,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd deze aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat hij door een tijdelijke geestelijke stoornis niet in staat was zijn wil te bepalen omtrent de fiscale afwikkeling van een schadevergoeding van ƒ 400.000,-- toegekend bij ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende dit niet had aangetoond en wees het beroep af. De Hoge Raad stelde vast dat het Hof niet verplicht was deskundigen te raadplegen en dat de door belanghebbende overgelegde medische verklaringen waren meegewogen. De klachten van belanghebbende leiden niet tot cassatie.
De Hoge Raad constateerde echter dat het Hof onjuist had geoordeeld over de fiscale kwalificatie van de vergoeding. De vergoeding moest worden gezien als een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van loon, waarop het bijzondere tarief van artikel 57 van Pro de Wet van toepassing is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en vermindert de aanslag. Tevens wordt belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof, vermindert de aanslag en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.