ECLI:NL:HR:1995:AA1552
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten kantoorruimte voor werknemer in geschil over dienstbetrekking
Belanghebbende, werknemer die sinds februari 1988 op non-actief is gesteld, ontving in 1990 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en voerde kosten op voor een kantoorruimte in zijn woning. Hij voerde aan dat deze kosten aftrekbaar zijn omdat hij die ruimte gebruikte voor het voorbereiden van procedures om zijn dienstbetrekking te behouden en schadevergoeding te verkrijgen.
Het Hof had de aanslag inkomstenbelasting verminderd, maar de Staatssecretaris ging in cassatie tegen deze uitspraak. De Hoge Raad stelt vast dat op grond van artikel 36, lid 1, aanhef en letter b, onder 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, aftrek van kosten voor een kantoorruimte alleen mogelijk is indien de belastingplichtige het merendeel van zijn arbeidsinkomsten in of vanuit die ruimte verwerft.
Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij het merendeel van zijn inkomsten in die kantoorruimte heeft verworven, mede omdat hij sinds februari 1988 geen salaris meer ontvangt en de uitkering niet in die ruimte is verworven. Daarom faalt zijn beroep en wordt het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat niet is aangetoond dat de kosten voor de kantoorruimte aftrekbaar zijn.