ECLI:NL:HR:1995:AA1564
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens kledingkosten niet als werkkleding
Belanghebbende, werkzaam als verkoopster in een damesmodezaak, was verplicht tijdens werktijd kleding uit de collectie te dragen, waarvan de kosten voor eigen rekening waren. In haar belastingaangifte trok zij kosten voor aanschaf, reparatie en reiniging van deze kleding af.
Het hof oordeelde dat deze kleding, vanwege de verplichting en het exclusieve verband met de beroepsuitoefening, als werkkleding moest worden aangemerkt en stond de aftrek toe, waardoor de aanslag werd verminderd.
De Hoge Raad stelt echter dat de wetgever niet heeft bedoeld kleding die geschikt is voor normaal dagelijks gebruik als werkkleding te beschouwen enkel omdat het verplicht is door de werkgever. Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofarrest en bevestigt de aanslag van de inspecteur.
De Hoge Raad acht geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten en bepaalt terugbetaling van griffierecht aan de Staatssecretaris van Financiën. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 1995.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting zonder aftrek van kledingkosten.