ECLI:NL:HR:1995:AA1566
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid van jacquet als werkkleding bij promotieplechtigheden
Belanghebbende, universitair hoofddocent, had voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd gekregen. Hij had onder meer de aanschaf van een zwart jacquet, verplicht bij promotieplechtigheden, als aftrekbare kosten opgevoerd. De Inspecteur handhaafde de aanslag, maar het Hof vernietigde deze en verminderde het belastbaar inkomen.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het vonnis van het Hof. De Hoge Raad beoordeelde of het jacquet als werkkleding kon worden aangemerkt. Gezien het promotiereglement was het dragen van het jacquet verplicht en vergelijkbaar met werkkleding zoals een rokkostuum van een kelner of musicus, waardoor aftrek gerechtvaardigd is.
Verder erkende de Hoge Raad dat belanghebbende recht had op aftrek van kosten voor tijdens werktijd genuttigde koffie en thee, welke het Hof ten onrechte niet had toegelaten. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 104.200,-- na aftrek van deze kosten.
Tot slot wees de Hoge Raad af om proceskosten toe te wijzen en bepaalde dat een bedrag van ƒ 150,-- aan de Staatssecretaris van Financiën wordt terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door een kamer van vijf raadsheren op 3 mei 1995.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen wordt vastgesteld op ƒ 104.200,-- met aftrek van de kosten voor het jacquet en koffie/thee.