ECLI:NL:HR:1995:AA1568
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing reiskostenforfait bij meerdere dienstbetrekkingen
Belanghebbende had voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd gekregen op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 68.629,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 67.690,--. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de toepassing van het reiskostenforfait bij woon-werkverkeer van belanghebbende, die twee dienstbetrekkingen op verschillende arbeidsplaatsen vervult. De vraag was of voor het woon-werkverkeer op zaterdag recht bestaat op aftrek van kosten per kilometer of dat het reiskostenforfait daarop van toepassing is.
De Hoge Raad stelde vast dat volgens artikel 8, lid 5, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990 het reiskostenforfait per dienstbetrekking afzonderlijk moet worden beoordeeld. Voor reizen op dezelfde dag naar verschillende arbeidsplaatsen geldt het forfait alleen voor de meest bereisde arbeidsplaats, terwijl de overige reiskosten volgens de algemene aftrekregels worden behandeld.
Omdat op zaterdag geen reizen naar meerdere arbeidsplaatsen plaatsvinden, is het forfait op die dag wel van toepassing. Het oordeel van het Hof hierover was onjuist, waardoor het arrest werd vernietigd en de aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 68.409,--. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 68.409,--.