ECLI:NL:HR:1995:AA1572
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt handhaving aanslag inkomstenbelasting 1992 na beroep
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 30.919 en een te betalen bedrag van ƒ 3.417. Na bezwaar werd deze aanslag door de Inspecteur verminderd tot een te betalen bedrag van ƒ 412 bij een belastbaar inkomen van ƒ 29.898.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Leeuwarden, dat de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de ambtshalve vermindering van de aanslag handhaafde. Tegen dit arrest stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klacht niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende werd terugbetaald. Het arrest werd op 24 mei 1995 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting 1992 wordt gehandhaafd.