ECLI:NL:HR:1995:AA1574
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering rioolrechtenaanslag voor gemengd onroerend goed met woningaansluiting
Belanghebbende was eigenaar van een perceel met daarop een woning en een bedrijfsgebouw, waarvan alleen de woning was aangesloten op de gemeentelijke riolering. Voor het jaar 1991 werd een rioolrechtenaanslag opgelegd van ƒ 170,50, het standaardtarief per onroerend goed. Na bezwaar handhaafden burgemeester en wethouders deze aanslag, maar het gerechtshof vernietigde deze beslissing en stelde de aanslag vast op ƒ 105,60, het lagere tarief voor woningen.
De gemeente stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad onderzocht of het lagere tarief toegepast kon worden op het gehele perceel, ondanks het feit dat het bedrijfsgebouw niet was aangesloten op de riolering. Het hof had geoordeeld dat de gebruiksmogelijkheden van het bedrijfsgebouw door het ontbreken van aansluiting op de riolering niet significant waren vergroot en dat het perceel als woning moest worden belast.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat een redelijke toepassing van de Verordening rioolrecht 1983 vereist dat het perceel wordt belast alsof het uitsluitend bestemd is als woning, wanneer slechts de woning is aangesloten. Het cassatieberoep werd verworpen. De Hoge Raad stelde belanghebbende tevens in de gelegenheid zich uit te laten over een mogelijke proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente wordt verworpen en het lagere woningtarief voor de rioolrechtenaanslag wordt bevestigd.