ECLI:NL:HR:1995:AA1577
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen aanslag inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 50.775,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag handhaafde zoals deze luidde na een ambtshalve vermindering.
Tegen dit arrest stelde belanghebbende beroep in cassatie in met twee middelen. De Staatssecretaris van Financiën bestreed het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af, omdat daarvoor geen gronden aanwezig waren. Het arrest werd op 17 mei 1995 vastgesteld door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.