ECLI:NL:HR:1995:AA1578
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op onderhoud en opvoeding als eigen kind in successierecht
Belanghebbende werd geconfronteerd met een aanslag successierecht ter zake van haar verkrijging uit de nalatenschap van de erflaatster, overleden in 1991. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat zij vóór haar 21e levensjaar gedurende ten minste vijf jaren uitsluitend door de erflaatster als een eigen kind was onderhouden en opgevoed, zoals bedoeld in artikel 19 lid 2 van Pro de Successiewet 1956.
Het hof verwierp dit standpunt omdat belanghebbende geen feiten aannemelijk had gemaakt die het oordeel rechtvaardigden dat de erflaatster haar ook buiten de periode december 1941 tot eind januari 1944 als een eigen kind had onderhouden en opgevoed. Het hof specificeerde dat belanghebbende het vermoeden dat zij tijdens haar verblijf bij de heer en mevrouw B werd opgevoed niet had ontzenuwd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had omtrent het begrip 'opvoeden' en dat het oordeel feitelijk was en niet onbegrijpelijk. Ook was het hof niet gehouden belanghebbende tot nadere bewijslevering toe te laten. Het cassatieberoep faalde en werd verworpen. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag successierecht blijft gehandhaafd.