ECLI:NL:HR:1995:AA1583
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanslag successierecht na overlijden en ontbinding huwelijksgoederengemeenschap
Belanghebbende was gehuwd in gemeenschap van goederen met de erflater, maar het huwelijk werd ontbonden door echtscheiding in 1989. De huwelijksgoederengemeenschap was echter nog niet gescheiden en gedeeld bij het overlijden van de erflater in 1990. Na het overlijden werd een bedrag uit een levensverzekering uitgekeerd aan de hypothecaire schuldeiser, wat de hypothecaire schuld verminderde.
De Inspecteur legde een aanslag successierecht op aan belanghebbende over 50% van deze uitkering, verminderd met betaalde premies. Het Hof handhaafde deze aanslag na bezwaar en beroep. Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte niet had vastgesteld of de rechten uit de levensverzekering tot de ontbonden gemeenschap behoorden en dat er een afspraak was dat de erflater de gehele hypotheek zou dragen.
De Hoge Raad oordeelde dat het voor het vermogensvoordeel niet relevant is of de rechten tot de ontbonden gemeenschap behoorden, maar dat de uitkering de hypothecaire schuld verminderde. Verder was er geen bewijs dat belanghebbende een aparte afspraak had gemaakt. Het cassatieberoep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aanslag successierecht over het vermogensvoordeel uit de levensverzekering.