ECLI:NL:HR:1995:AA1587
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruik stortplaats als bedrijfsruimte voor verontreinigingsheffing oppervlaktewateren
Belanghebbende is voor het jaar 1990 aangeslagen voor de verontreinigingsheffing oppervlaktewateren door het Heemraadschap Fleverwaard, gebaseerd op 204,1 vervuilingseenheden en een verhoging van ƒ 632,71. Na bezwaar bleef de aanslag gehandhaafd en bevestigde het Gerechtshof Arnhem dit oordeel. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De verordening van het Heemraadschap definieert een bedrijfsruimte als een afzonderlijk geheel te beschouwen terrein of ruimte, niet zijnde een woonruimte. Het Hof oordeelde dat de stortplaats van ongeveer 75 hectare als één bedrijfsruimte moet worden beschouwd en dat belanghebbende deze geheel gebruikte, met medegebruik van een deel door de gemeente.
De Hoge Raad stelt vast dat dit oordeel geen onjuiste rechtsopvatting bevat en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie kunnen worden herzien. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.