ECLI:NL:HR:1995:AA1615
Hoge Raad
- Cassatie
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen aftrek voor woningaanpassing voor gehandicapte dochter
Belanghebbende kreeg voor 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 75.834. Hij had bezwaar gemaakt tegen deze aanslag omdat hij uitgaven had gedaan voor een woningaanpassing ten behoeve van zijn meervoudig gehandicapte dochter. De aanpassing bestond uit een aanbouw van circa 16 m2 als speel- en verblijfsruimte, medisch noodzakelijk en met bouwkosten van ƒ 54.894. Belanghebbende ontving een tegemoetkoming van ƒ 37.212 op grond van de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten.
Het Gerechtshof Arnhem bevestigde de aanslag en oordeelde dat de woningaanpassing niet valt onder de aftrekbare hulp- of kunstmiddelen zoals bedoeld in artikel 46 lid 3 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het hof verwees daarbij naar een eerder arrest van de Hoge Raad uit 1990, waarin werd gesteld dat bouwkundige voorzieningen die een bestanddeel van de woning vormen, niet tot deze categorie behoren. Tevens werd geoordeeld dat de woningaanpassing niet onder de voorzieningen viel zoals bedoeld in de resolutie van de Staatssecretaris van Financiën van 21 oktober 1993.
De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van het hof juist was en verwierp het cassatieberoep. Er werden geen proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegekend. Het arrest werd op 7 juni 1995 uitgesproken door de raadsheren Zuurmond, Herrmann en Fleers.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting blijft gehandhaafd zonder aftrek voor de woningaanpassing.