ECLI:NL:HR:1995:AA1617
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over belastbaarheid vruchtgebruikrecht voor rechtspersoon en wetswijziging 1989
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 482.254,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof Arnhem vernietigde deze uitspraak en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van ƒ 199.204,--. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het geschil betrof de fiscale behandeling van een zakelijk recht van vruchtgebruik dat belanghebbende voor 30 jaar had gevestigd ten behoeve van een besloten vennootschap. De Inspecteur stelde dat de bij vestiging ontvangen vergoeding belastbaar was, mede op grond van een wetswijziging per 1 januari 1990 met terugwerkende kracht. Het Hof had echter geoordeeld dat belanghebbende erop mocht vertrouwen dat de Inspecteur deze nieuwe argumentatie niet zou gebruiken, terwijl belanghebbende zich niet op dit vertrouwen had beroepen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof buiten de rechtsstrijd was getreden door dit vertrouwen aan te nemen zonder dat belanghebbende dit had aangevoerd. Vervolgens besprak de Hoge Raad de wetsgeschiedenis en rechtspraak omtrent de fiscale kwalificatie van de vergoeding voor het vestigen van een vruchtgebruikrecht voor de maximale termijn ten behoeve van een rechtspersoon. De conclusie was dat de wetswijziging niet zonder meer leidt tot belastbaarheid van de vergoeding als inkomen uit vermogen. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.