ECLI:NL:HR:1995:AA1628
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering investeringsbijdrage vennootschapsbelasting 1988
X B.V. exploiteert een automobielbedrijf en deed voor 1988 aangifte vennootschapsbelasting met een belastbaar bedrag van ƒ 390.780,--. Zij verzocht om investeringsbijdragen voor een nieuwbouwpand aan de a-straat te Z, dat zij in december 1988 verhuurde aan A B.V. De belastingdienst verleende geen basisbijdrage bij de aanslag, waarna een boekenonderzoek volgde dat stelde dat de investering vóór 28 februari 1988 was aangegaan en recht gaf op de basisbijdrage.
Na aanvullend onderzoek bij A B.V. werd de basisbijdrage en kleinschaligheidstoeslag geweigerd. Het hof bevestigde deze weigering en oordeelde dat X B.V. geen recht had op de investeringsbijdragen. De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof en concludeerde dat het hof terecht oordeelde dat geen toezegging was gedaan door de fiscus en dat de passage in het controlerapport niet als toezegging mocht worden opgevat.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven. Er was geen reden voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 28 juni 1995 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de weigering van investeringsbijdragen bevestigd.