ECLI:NL:HR:1995:AA1639
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie van vennootschap als beleggingslichaam voor vennootschapsbelasting 1988
X B.V. kreeg voor het jaar 1988 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd op een belastbaar bedrag van ƒ 118.877,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat X B.V. fungeerde als een lichaam waarin de overschotten van het concern werden belegd zonder actieve financieringsactiviteiten, en kwalificeerde haar als een beleggingslichaam in de zin van artikel 8 lid 2 sub b van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
X B.V. stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad beoordeelde het feitelijke oordeel van het Hof als niet onbegrijpelijk en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad bevestigde dat de feitelijke werkzaamheid van X B.V. bestond uit het beleggen van vermogen, direct of indirect, en dat dit onder de genoemde wetsbepaling valt.
De Hoge Raad wees tevens verzoeken tot proceskostenveroordeling af en bepaalde dat het door X B.V. gestorte bedrag voor de vervanging van de mondelinge uitspraak door het Hof aan haar wordt terugbetaald. Hiermee bleef de aanslag vennootschapsbelasting voor 1988 ongewijzigd gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de aanslag vennootschapsbelasting 1988 blijft gehandhaafd.