ECLI:NL:HR:1995:AA1649
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling of een bestelauto met dubbele cabine als personenauto geldt voor belastingheffing
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 61.702,--. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd, waarbij het hof oordeelde dat de door belanghebbendes werkgever ter beschikking gestelde Peugeot J5 bestelauto met dubbele cabine als personenauto moest worden aangemerkt volgens artikel 42 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het hof baseerde zich op een verwijzing in de inkomstenbelasting naar artikel 50 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968, waarin motorrijtuigen met laadruimte en een maximum massa van 3.500 kg als personenauto's worden beschouwd. Het hof verwierp het beroep van belanghebbende op vertrouwen op basis van de Leidraad bijzondere verbruiksbelastingen personenauto's, die onder voorwaarden dubbele cabine auto's uitsluit van de definitie personenauto.
De Hoge Raad oordeelt dat sinds 1 januari 1988 een uniform begrip personenauto geldt voor beide wetten en dat vertrouwen ontleend kan worden aan de Leidraad BVP. Daarom moet worden onderzocht of aan de voorwaarden van de Leidraad is voldaan, zodat de auto niet als personenauto moet worden aangemerkt. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het hof Arnhem voor verdere behandeling.
De Hoge Raad geeft belanghebbende tevens de gelegenheid zich uit te laten over proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht door de Staatssecretaris van Financiën.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek of de bestelauto met dubbele cabine als personenauto moet worden aangemerkt.