ECLI:NL:HR:1995:AA1655
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing kapitaalsbelasting bij niet-zakelijke rentevergoeding aandeelhouder
X B.V. had een rekening-courantschuld aan haar enig aandeelhouder A, een natuurlijk persoon die niet als ondernemer kwalificeert. Over 1992 bedroeg de schuld ƒ 4.300.001,-- terwijl A genoegen nam met een rentevergoeding van ƒ 30.000,--, waar een zakelijke rente ƒ 356.900,-- zou zijn geweest.
De Inspecteur weigerde teruggaaf van de op aangifte betaalde kapitaalsbelasting van ƒ 3.269,--. Het Gerechtshof Amsterdam bevestigde dit besluit, waarbij het oordeelde dat niet aannemelijk was dat een derde als crediteur akkoord zou zijn gegaan met zo’n lage rentevergoeding. Ook deed het feit dat A een natuurlijk persoon was geen afbreuk aan de heffing.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van X B.V. en bevestigt dat het voordeel dat ontstaat doordat een aandeelhouder afziet van een zakelijke rentevergoeding, valt onder artikel 34 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Er zijn geen gronden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de heffing van kapitaalsbelasting over het rentevoordeel.