ECLI:NL:HR:1995:AA1658
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie raadslidmaatschap als inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden
Belanghebbende, een zelfstandig reflexzonetherapeute en gemeenteraadslid, kreeg voor 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 53.786, welke na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd.
Zij stelde dat de baten uit haar raadslidmaatschap als winst uit onderneming moesten worden aangemerkt zodat zij aan het urencriterium voor zelfstandigenaftrek voldeed. Het Hof oordeelde echter dat deze baten inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden zijn en geen winst uit onderneming.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de baten als vergoeding voor gederfde winst uit haar praktijk moesten worden gezien. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat het raadslidmaatschap een zelfstandige activiteit is die niet in het kader van haar beroep werd uitgeoefend.
De Hoge Raad achtte het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, maar ging veronderstellenderwijs toch inhoudelijk in op het middel en verwierp het. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de baten uit het raadslidmaatschap geen winst uit onderneming vormen.